Wandeling in mijn wijk.

Ik moest deze week naar de apotheek. De apotheek is niet zover van mijn deur en toch neem ik meestal de auto omdat ik dat combineer met andere boodschappen doen. Deze keer deed ik het  te voet. Het was een zonnige voormiddag en ik koppelde er een wandelingetje aan vast . Ik wilde wel eens zien  waar die grote kraan stond die nu al een paar weken mijn uitzicht  vanuit mijn keukenraam bepaalt.

Ik wandelde na het bezoek aan de apotheek langs het brede fietspad richting Sluis. Een voetpad is er niet . Wellicht dacht het gemeentebestuur dat er op dit stuk weg geen wandelaars zouden lopen. Maar je ziet er van langsom meer en meer mensen wandelen . Er staan wel villa’s maar er zijn nog grote delen waar geen woningen staan en waar je een ruim zicht hebt op velden en weiden en in de verte  de kerktoren van Knokke ziet en ook een massa bouwkranen die het uitzicht bederven

Ik wandelde dus netjes aan de kant van het fietspad  langs een boomgaard waar stokoude fruitbomen staan.

Sommige bomen hebben veel dode takken en toch groeit er nog fruit aan nl appels.

Deze leiding is de oorzaak geweest dat de weg een tijdje was afgesloten en we enkel via de Natiënlaan naar Sluis konden rijden en dat de mensen komende van Cadzand een andere route moesten nemen. Want op het kruispunt werd een rotonde gemaakt. En dat allemaal naar aanleiding voor de aanleg van een grote rotonde op de Natiënlaan. Het is nog niet genoeg dat er een grote balkonrotonde is in Westkapelle die aansluit met de A11 . Nu wordt er een beetje Knokke waarts nog eentje gemaakt. De werken zijn gestart en we moeten nu al uitkijken hoe we moeten rijden en omrijden!! Die werken zullen langer  dan één jaar duren.

Een heel eind in de weide ( foto is door inzoemen niet zo scherp)zitten twee ooievaars op een daar geplaatste paal. Deze palen staan hier verspreid in het landschap. Op de meeste palen is er een nest gebouwd door de ooievaars.

Ik liep langs een leegstaande villa. De bewoners waren lieve mensen die hier na het pensioen van de man ( een zelfstandige schrijnwerker ) kwamen wonen. Ze hadden een gehandicapte zoon voor wie ik nog de nodige formaliteiten heb gedaan om financiële hulp te bekomen. Zouden deze mensen nog leven en wat is er van de zoon geworden ?

 

Een nieuwe villa op het  stukje grond waar ik samen met de eigenaar van de grond 18 jaar heb getuinierd. Het doet wel iets om daar waar ik jaren heb doorgebracht om aardappelen te telen ,en tomaten ,prei ,selder ,bonen …en nog zoveel meer te zaaien en te planten  en ook klein fruit als frambozen, aalbessen, braambessen, stekelbessen en aardbeien…
De kinderen en later de kleinkinderen  kwamen helpen en niet te vergeten de uren die ik er versleten heb met praatjes te slaan met buren en voorbijgangers wonende in de wijk. Mijn grote groententuin was een uitlaatklep voor mijn job die geestelijk veel van me vergde. Mooie herinneringen…

En de kraan heb ik gevonden  in een straat niet zover van waar ik woon. Het huis dat er stond is afgebroken en er wordt een nieuwe woning opgebouwd. De bewoners zijn gestorven. De man( vroeger een bakker)en zijn vrouw ( die meehielp in de bakkerij) zijn hier ook komen wonen toen ze op pensioen gingen. De man deed zijn dagelijkse wandelingetje in de wijk  steeds met zijn handen op zijn rug en altijd klaar om een babbeltje te slaan. In de straat zag ik een stukje trottoir vol met mos . Gevaarlijk glad !

’t was een heerlijke wandeling vol herinneringen aan vroeger.  Zal ik zeker nog doen, want toen we een hond hadden deden we grote wandelingen in de omgeving.

tuin en dieren(3)

Denk maar niet dat het al was van dieren die hier rondliepen.
Na de tegenslag met Noxy die de kinderen en wijzelf  niet zo vlug verwerkt hebben  is er jaren lang geen hond meer in huis gekomen tot ik op een dag thuiskwam na mijn werk en ’t Vrouwtje ( zo werd onze poetshulp genoemd door de kinderen en op den duur zei de hele familie zijzelf incluis ” ’t Vrouwtje” tegen haar) me opgewonden tegemoet snelde ” er ligt een hond op de bloemen in de garage en die doet zo lelijk als ik hem wil verjagen”
In de garage stonden verschillende bakken met allerlei plantjes in om in de tuin uit te planten. Op één van die bakken lag een teckeltje. Zonder nadenken stormde ik de garage in en nam het beestje bij zijn nekvel en deponeerde haar in een poezenmand die als reserve in de garage stond. Het hondje was wellicht zo verbouwereerd dat het niet blafte maar stilletjes bleef liggen. ’t Vrouwtje was wellicht nog meer verbouwereerd dan de hond. Zij had het niet zo voor honden en wellicht voelde het beestje dat.

Ik deed aangifte bij de politie en zei dat ik het diertje wel zolang zou bijhouden . Ik vond het zo zielig om het naar het asiel te brengen. De kinderen waren op slag weg van het beestje, een bruin kortharig teckeltje. Het beestje voelde zich al vlug thuis en de kinderen  zeiden ” ik hoop dat er niemand om komt”. Na een week kreeg ik bericht dat een mevrouw aangifte kwam doen van een weggelopen hondje. Ik vond dat zelf toch rijkelijk laat , daar ze in de gemeente zelf woonde. Toen ze het hondje kwam halen was dochterlief zo van streek en maar huilen. De mevrouw vertelde dat het hondje 14 jaar was en een kweekdiertje was geweest. Zij had een klein dierenasiel en kweekte ook honden. Het was een gerenommeerde zaak niet eens  zo ver van onze woning. Het beestje was al enige tijd “op pensioen” maar ze hielden haar nog bij. Wellicht was ze weggelopen door het lawaai van de andere honden, zei ze. Toen ze dochterlief zo zag huilen met het teckeltje in haar armen vroeg ze of ik het beestje wilde houden. Ik moest niet eens antwoorden dat deden de kinderen in mijn plaats.  Het hondje kreeg de nam Suzy naar de naam van de dierenzaak!
Suzy was een gelukkig hondje en de kinderen waren dat ook! Je kon bijna niet geloven dat ze al 14 jaar was. Maar we hadden haar nog geen jaar toen we haar op een morgen dood aantroffen in haar mandje. Ze had alles uit haar verblijf bij ons gehaald wat er te rapen viel , teveel voor haar leeftijd . Vreemd genoeg begrepen de kinderen dit en waren niet enkel verdrietig maar ook blij dat  Suzy nog een héél jaar zorgeloos heeft kunnen leven.

Dit is een foto van internet. De foto’s die ik heb waar zij op staat zijn te verkleurd. Maar zo herinner ik me Suzy het best.

Kort nadien is mijn man thuisgekomen met een kleine puppy van een onbestemd ras. De moeder moet vreemd zijn gegaan . Want normaal moest de puppy helemaal beige zijn maar hij was letterlijk het zwarte schaap in dat nest. Hij geleek het meest op een schipperke. Het spijtige is dat zijn staart was geknipt en om welke reden is ons nooit duidelijk geweest.. Hij zou een mooie pluimstaart gehad hebben. Snoopy heeft 18 jaar geleefd en was overal mee waar wij naar toe gingen. Zelfs op het trouwfeest van dochterlief was de hond  aanwezig en bleef bij de feestmaaltijd braafjes onder de tafel in zijn mand liggen . Hij werd nooit alleen gelaten. Hij verbleef overdag bij mijn ouders en na mijn werk haalde ik Snoopy op. Hij zag iedereen in het gezin graag ,wie er ook thuiskwam hij ging die uitbundig groeten.
Toen hij fysiek achteruitging en wij er aan dachten om de dierenarts in te schakelen gebeurde het. De  kinderen waren allemaal thuis op een dag dat er eentje normaal op kot zat. Er werd druk over en weer gepraat en Snoopy lag met zijn kopje op de rand van de mand onder de salontafel naar iedereen te kijken. Toen ik na een tijd in de gaten kreeg dat zijn kopje niet meer bewoog ,wist ik het. Hij had zijn moment gekozen om heen te gaan : Iedereen was thuis.

Sedertdien is er geen hond meer in huis gekomen zoals er nu ook geen nieuwe poes meer in huis komt.
Het doet zo’n zeer als het afscheid komt.

Behalve poezen en honden  hadden we een dwergkonijn met hangoren die gewoon in huis rondliep  en hadden we ook vier colibri’s die dikwijls vrij in huis rondvlogen en hun nest hadden in een christus doorn en ook een grote kooi hadden. Van een nicht kregen we eens een héél groot albino konijn. Die liep vrij in de tuin rond en liep liefst rond mijn man als die in de tuin aan het werken was. En dan was er eens een klein egeltje die wellicht vergeten was zijn winterslaap te houden en de kinderen installeerden het beestje in een berg stro onder in een grote kast in de garage . De hele winter hield het van die korte slaapjes en vroeg ook eten. Het liefst at die yoghurt met beschuit. In het voorjaar is het egeltje  naar buiten getrokken als een ferme grote egel. Zou het kunnen dat we door die opvang jaarlijks egels zien rondlopen in de tuin 😉

Had ik mijn man en kinderen willen geloven dan haalden ze nog kippen en ganzen  in huis en een minischaapje… Ik vond het al welletjes !

Tuin en dieren(2)

Ondertussen liepen er hier soms drie poezen ineens rond. Toen ik nog thuis was hadden we altijd witte poezen en in het begin in het nieuwe huis liep er hier natuurlijk ook een witte poes rond. Een kattinnetje en niet  gesteriliseerd. Dat was in die tijd niet zo gebruikelijk.  Toen ze kleintjes kreeg waren het overwegend witte poesjes . Twee hielden we zelf en de andere vonden een nieuw baasje. Toevallig waren die twee witte poesjes langharige poezen( geen  angora poezen) . O zo mooi. De kinderen waren er dol op.
Elk jaar gingen we in het najaar naar de familie  in Luxemburg en een buur zorgde voor onze drie poezen. Wat er precies is gebeurd zullen we nooit weten maar volgens de buur waren een paar kwajongens uit de buurt rond ons huis aan het lopen en hij heeft ze  weggejaagd. De poezen hadden hun stekje in het tuinhuis tijdens onze afwezigheid en hij ging er regelmatig naar toe. Ik geloof de man want ik had dagelijks contact met het echtpaar. Toen we terug thuis kwamen zagen we geen poezen meer. De twee langharige poezen hebben we terug gezien zes maanden later in een andere wijk. Zeker waren het onze poezen. Maar ze hadden nu een andere thuis en bewijs maar eens dat hun oorspronkelijke thuis bij ons was!
Na de gebeurtenis met Noxy waren de kinderen werkelijk ontroostbaar.

De volgende poes kwam hier toevallig. Op een dag hoorden we voortdurend miauwen en wij maar niet vinden waar dat gemiauw vandaan kwam tot we in de gaten kregen dat het gemiauw uit een boom kwam. Daar zat een klein poesje  op een tak klaaglijk te miauwen. Het had een roze halsbandje aan met een belletje. De kinderen haalden het beestje uit de boom en ze noemden het Pinky  wegens dat roze halsbandje. De kinderen liepen de hele buurt af om te vragen of iemand een poesje kwijt was. Niemand miste een poesje.
Het werd de poes van de oudste zoon. Waar de zoon was zag je de poes. Zij had haar stekje in zijn slaapkamer , sliep in zijn kamer en lag liefst in een te kleine doos op zijn bureau. Toen hij kotstudent werd in Gent had Pinky het lastig en zocht een plaatsje in de zetel naast mijn man. Maar de vrijdag zat ze de hele dag op het muurtje boven de brievenbus te wachten tot de zoon thuiskwam Ongelooflijk.
Zij had een mooi leven en is op 18 jarige leeftijd ingeslapen.

En dan is Vlekje gekomen. Haar thuis was aanvankelijk bij onze  buren . Zij zijn ondertussen verhuisd naar Le Pays des Collines. Maar onze lieve buren waren veel op reis en vroegen aan Opa( iedereen noemde mijn man opa door de kleinkinderen )of hij hun twee poezen eten wilde geven. Maar het eindigde dat Vlekje even naar huis ging als ze thuis waren maar na een halfuurtje weer terug kwam. De andere poes kwam niet terug. Op den duur heeft Buurtje gezegd dat we Vlekje mochten houden  en zo gebeurde het . Ze ging in het begin nog wel eens langs bij haar eerste thuis maar ze kwam altijd terug en wat later ging ze nooit meer terug. Zij was een rustige poes die nooit buiten de tuin kwam en hooguit naast de brievenbus de straat links en rechts bekeek. Onlangs  is ze op 21 jarige leeftijd ingeslapen.

Er zijn nog veel poezen langs gekomen maar nooit zijn ze in ons gezin opgenomen geweest. Ze kwamen eten , of wilden geaaid worden of kregen verzorging. Ook nu komt er regelmatig een poes langs die natuurlijk eten vraagt maar vooral wil geaaid worden. Ik neem haar niet binnen want het is iemands poes en ik ben niet vergeten wat er heel lang geleden is gebeurd. Ondertussen brengt zij leven in de bouwerij.  Het is een speels beestje helemaal het contrast van Vlekje.;

 

 

tuin en dieren(1)

Als je met drie jonge kinderen van een appartement verhuist naar een huis met een tuin is het niet verwonderlijk dat er al vlug gesproken wordt om een poes of hond in huis te nemen. Een poes was geen probleem maar voor een hond hield ik het nog een beetje tegen omdat wij beiden gingen werken en waar moest de hond dan verblijven. Mijn ouders gaven de oplossing . Zij zouden overdag wel voor de hond zorgen.
Zo gebeurde het dat we op een dag met het hele gezin naar Brussel reden om in het asiel van Veeweyde een hond te halen. Mijn man kende de uitbater en die stelde voor om daar een hond uit te kiezen. Mijn hart brak als ik al die dieren in grote kooien met een binnen -en buitenruimte zag zitten. De meeste honden blaften er op los om de aandacht te trekken. Eén hond draaide zijn kont naar de mensen die langs liepen . En juist die hond sprak de kinderen erg aan. Een Basset Artésien. Hij had een stamboom en droeg de naam Noxy. We kregen later een paar keer controle of er goed voor de hond werd gezorgd zo niet namen ze die terug mee! Wat denk je hoe het afliep?

Een loebas van een hond waar we veel plezier maar ook kopbrekens meehadden. Het was een echte  jachthond . We hadden een omheining laten plaatsen en die mensen verzekerden ons dat de hond daar zeker niet kon overspringen. Inderdaad hij kon er niet over springen maar hij sprong er tegenaan en klauterde er dan over . Dikwijls had hij dan serieuze schrammen en een paar keer moesten we naar de dierenarts om hem te laten verzorgen. Hij ging dan op zijn eentje de hele wijk verkennen, wat op zich niet zo erg was want het was er nog verlaten. Hij kwam dan onder de modder weer naar huis. Mijn man stak  Noxy dan in de garage waar er een groot hok stond( laten maken) en waar hij ’s nacht s in sliep. Hij begreep algauw dat hij niet uit de garage mocht vooraleer hij weer proper was. Dan huppelde hij tevreden naar de living waar een tapijt onder een kleine bridge tafel lag .Dat was zijn geliefkoosd plaatsje.

Hij was dol op de kinderen en zij op hem. Op de foto hieronder had het gesneeuwd en de kinderen hadden hem als het ware ingespannen om de slee te trekken. Dolle pret bij de kinderen en Noxy genoot er blijkbaar ook van zoals die door de sneeuw liep. Op een dag was dochterlief op zijn rug geklauterd en reed ze paardje met Noxy. Die loebas vond dat allemaal goed. Als hij maar kon lopen en rennen terwijl zijn oren flapperden

Omdat er nog veel ruimte was in de omgeving waren er in het najaar jachtpartijen op fazanten die ze vlak vòòr de jacht uit lieten vliegen.  Omdat we het jachtinstinct van Noxy ondertussen al kenden hadden we hem met zijn halsband vastgebonden aan een lange stevige touw bevestigd aan een  paal in de tuin, Mijnheertje had het touw doorgeknaagd en was als de bliksem gaan jagen ! We kregen een verbolgen jager aan de deur . Noxy hielp de afgeschoten fazanten zoeken maar bracht ze niet naar de jagers terug! Wat hij er mee deed weten we niet ,in elk geval bracht hij er geen enkele mee naar huis ! 😦

Rustig wandelen met Noxy was meer een sleuren en trekken om hem bij je te houden. Ik zie mijn man nog altijd voor me toen hij me een keertje kwam ophalen aan het bureau .Noxy sleurde hem mee  en hij maar trekken aan de leiband . Ik dacht “wie van de twee gaat hier winnen” Achteraf zei mijn man , ik ga nooit meer wandelen met dat beest. We dachten dat hij kalmer zou worden met ouder worden, maar dat kon nog lang duren zoals hij vrolijk en dartel rond liep en rende.  We hebben de tijd niet gehad om naar een training te gaan want in die periode werden veel honden meegelokt door een camionette die met open deur door de wijk reed met een loops teefje in. We hebben Noxy nooit meer teruggezien. Een tranendal ten huize dekindertjes . Het heeft een hele tijd geduurd voor er een nieuwe hond in huis kwam.

 

 

de tuin

Ik wilde even een wandeling maken in mijn tuin, maar ik heb een ideetje opgedaan bij een blogster die terugblikte in de tijd op haar reizen. Ik zoek het niet zover . Ik ga terug in de tijd toen er hier nog geen tuin was. Daarvoor ben ik begonnen in de fotoalbums te bladeren . En dat zijn er een pak. Ik heb altijd veel foto’s gemaakt ,wel beperkter dan nu want foto’s laten ontwikkelen kostte toch een aardig centje.
Ik ben op zoek gegaan naar de beginperiode vanaf we grond kochten om te bouwen , mijn vader op die grond tuinierde en toen we in 1971 eindelijk in ons nieuwe huis konden. Ja dan blijf je bladeren in die albums hé! En al zijn foto’s verkleurd of geel geworden het blijft een mooie herinnering aan die tijd.

De tuin is een plekje waar een mens zich naar hartenlust kan uitleven. Het is jou stukje paradijs dat je koestert en waar je geniet van  alles wat je erin doet, werken ,zonnen ,luieren…

Zo ervaar ik het toch. Na mijn huwelijk woonden we  vijf jaar op een appartement . Ik miste een tuin want  mijn ouders hadden een tuin en alle vakanties heb ik als kind doorgebracht op de boerderij bij tante Regina en nonkel Clement waar er ruimte in overvloed was( daar heb ik indertijd veel over geschreven op mijn vorige blog) We hadden twee kinderen  en er werden al vlug plannen gemaakt om een eigen huis te bouwen en zo geschiedde. Ons derde kind is geboren toen we  volop aan het bouwen waren.

Even buiten het centrum van Knokke ( toen nog geen fusiegemeente) kozen we een stuk grond  in een nieuwe verkaveling. Deze verkaveling droeg de naam van de boerderij die je in de verte ziet op de foto waar mijn ouders staan. Mijn vader had het stuk grond al klaar gemaakt  om te tuinieren. Dat zie je op de foto achter mijn ouders. Achter het ouderlijk huis had hij een kleine tuin , maar hier ging hij zich kunnen uitleven.
De verkaveling was nog niet door een landmeter uitgemeten en ze hadden mijn vader gezegd dat een bepaalde lantaarnpaal het midden van de lap grond was die we gekocht hadden. Netjes had mijn vader het uitgemeten en zo was hij beginnen met tuinieren. Alleen bleek achteraf  dat dit niet helemaal klopte en mijn vader voor een deel op een ander stuk grond bezig was. Wij hebben daarop bij de verkoper aangedrongen dat een landmeter de verkaveling precies zou uitmeten. Wij waren wel de eerste die een stuk grond kochten in die verkaveling maar uiteindelijk zouden er nog kopers volgen en je kon toen niet zomaar op woorden een stuk grond als het ware zelf “ontginnen”

Dat gebeurde dan ook. Vader kon zijn hart ophalen op dat stuk grond,  want de plannen waren om een paar jaar te wachten om te bouwen . Wat geld sparen hé!

Mijn vader tuinierde dat het een lieve lust was. Hij begon met aardappelen te planten want op die manier werd het onkruid teruggedrongen. Maar om zijn materiaal te kunnen opbergen werd er een klein planken tuinhuisje gebouwd waar hij zijn tuingerief kon opbergen. Een tuinhuisje zoals je vroeger de strandkabientjes had. En om het geheel wat aantrekkelijker te maken werden er veel dahlia’s rond geplant. De twee jongens haalden hun hart op in de vrije natuur , want er waren in de onmiddellijke omgeving geen huizen. Vanuit het huis konden we ze tot heel ver zien fietsen en lopen ! Het liefst trokken ze daar waar je op de foto de boerderij ziet . Dat waren hun klimbomen en bouwden ze met planken boomhutten van houten paletten die ze vonden ( wellicht meenamen van bouwwerven 🙂 )

Toen het huis werd gebouwd waren we echt nog niet toe aan een tuin. De bouwfirma was failliet gegaan , (we hebben er gelukkig onze kleren niet aan gescheurd dank zij de goede raad van een gerechtsdeurwaarder) maar ze lieten wel een puinhoop achter zowel binnenshuis als buitenshuis. Met de hulp van de onderaannemers  en goede afspraken met hen( zij verloren ook veel geld door dat faillissement) geraakte het huis netjes afgewerkt.

Ik bespaar jullie wat er nog allemaal moest gedaan worden en beperk me tot buiten: De voortuin was een vergaarbak van allerlei rommel, cement , steenkorrels . papieren zakken , plastiek… Dus van een tuin aan de voorkant was geen sprake en aan de achterkant was mijn vader aan het tuinieren . Maar om de boel wat leefbaar te maken werd er rondom een terras gelegd en werden traag groeiende cypressen geplant zodat we de rommel niet meer zo goed zagen en tante Regina gaf de raad om goudsbloemen te zaaien zodat we toch wat zomerbloemen hadden. Jarenlang heb ik goudsbloemen gehad. die zaaiden zich vanzelf  gemakkelijk uit. Die cipressen waren een slechte koop want die waren niet bestand tegen de zeelucht en na een paar jaar moesten we ze verwijderen. Ze werden helemaal bruin.

  .

Wat ik ook in die beginperiode zaaide was Oostindische kers. Die groeiden massaal en zorgden ervoor dat we de puinhoop die was achtergelaten een beetje konden vergeten. Eenmaal de boel was opgeruimd stopte mijn vader met tuinieren aan de achterzijde . Hij mocht van lieve buren een eind verderop op een stuk grond die ze bezaten en toch niet gebruikten verder tuinieren. Dat heeft hij nog jaren gedaan.

Wat de tuin betrof hadden we een valse start en konden we opnieuw beginnen met struiken en planten te kopen.  Maar de paar buren die in die periode daar ook bouwden waren zo vriendelijk en brachten stekken van planten en bloemen uit hun eigen tuin om aan de rand van het grasveld dat toen was ingezaaid te planten . Na dat faillissement dat ons toch wat extra uitgaven bezorgde ,was ons budget aanvankelijk niet zo groot om de tuin aan te leggen.

Een positief feit in die periode wil ik hier toch neerschrijven. De onderaannemer die de plastiek ramen en luiken op onze vraag verder ging afwerken heeft de pvc fabrikant aangesproken . Die is komen kijken en vond dat de  eerste onderaannemer er met zijn klak had naar gegooid en deelde ons mee dat dit voor hem geen reclame was .  Het was nl. het eerste huis dat hij toen helemaal voorzag van ramen , luiken en buitendeur in plastiek We kregen gratis ( echt waar) al het materiaal om de ramen beter af te werken en het plastiek voor de luiken. Het enige wat wij moesten betalen waren de werkuren voor de nieuwe onderaannemer!!

Nu ga ik nog foto’s opzoeken voor een volgend log

 

Even achterom kijken…

Woensdag was het precies 1 jaar dat ik ontslagen werd uit het ziekenhuis na een zware operatie.( klik) .Ontslagen is een groot woord, de chirurg liet me de keuze, ” nog wat blijven of toch proberen naar huis te gaan op voorwaarde dat ik opgevangen werd” . Ik moest toen niet lang nadenken. Hoe goed ik ook verzorgd werd en hoe lief iedereen ook was ,niks gaat boven thuis. Het was echter nog wel een harde dobber , niet enkel de eerste dagen en weken maar zelfs de volgende maanden. Het ging met ups en downs. Heden ben ik nog niet helemaal hersteld en de ene dag gaat het beter dan de andere. Maar dat is niet meer te vergelijken met verleden jaar. Ik moet enkel nog altijd leren dat ik alles wat rustiger aan moet doen en ook wat meer moet rusten. Tja dat is nu niet de aard van dit beestje en dat moet ik wel eens bekopen. De chirurg had het voorspeld “minstens een jaar”. Ik heb in een vroeger log uitgebreid verteld over het verloop van mijn ” ziekte”.( klik)

Lange tijd durfde ik niet alleen de deur uit, want ik had regelmatig van die zwakke momenten alsof je door je benen ging zakken. Die zwakke momenten worden nu minder en minder.
Ik ben woensdag in mijn eentje gaan wandelen op de omwalling in Sluis. (Niet aan zee =Veel te veel wind  )  Ik had het nodig om alleen met mezelf te zijn . Om alles op een rijtje te zetten en de woede te ventileren door een flinke wandeling.  Bijna twee jaar is het geleden dat een verkeerde diagnose is gesteld die me bijna het leven heeft gekost . De vitaliteit van weleer krijg ik nooit meer terug. Ellendige maanden heb ik gekend. Niet meer aan denken , zeggen ze dan , het is voorbij.  Je bent weer goed en dat is het voornaamste. Het kon eenvoudig opgelost worden  had de specialiste haar werk gedaan zoals het hoorde. Ze is ondertussen ontslagen .

Dus als ze me vragen “oe ist met je?” dan zeg ik “goed” . Zoals het ook goed gaat met de ooievaars op hun broednest, de  langhorns in de weide en de grazende schapen !
Een uurtje doorstappen. Het is me gelukt zonder zwakke momenten  ! Nog een paar boodschappen gedaan en dan terug naar huis …om te rusten 🙂 

.

Het ooievaarsnest aan het kanaal was bewoond. Later zag ik het mannetje met serieuze takken af en aan vliegen. Nest in wording!!

Ik wandelde niet tot aan het bruggetje waar je dan aan de overkant terug naar het centrum kan wandelen.
Ik draaide links af om op de omwalling te wandelen. Je hebt er een mooi zicht tot aan de grote weg rond Sluis.

Het waterpeil stond hoog en in de wei aan de binnenkant van de omwalling stond er overal water in het gras.
De langhorns liepen rustig te grazen

De storm had hier en daar een boom gespleten en doen omvallen.

Mooi zicht op de torens van Sluis.: de kerk, het raadhuis en de molen. Het ooievaarsnest was deze keer leeg.

Een kudde schapen graasden tegen de omwalling , maar hier was het spreekwoordelijke zwarte schaap een wit schaap !

 

 

For Freedom Museum

“Send it to Belgium, To Fred Jones. One day he’s going to start a museum, to tell our story. Why we came, why we bled and sacrificed our young lives!”
Dit waren de woorden van vele Canadese veteranen die meehielpen aan de opbouw van de huidige collectie. Danny Jones en Freddy Jones, de twee zoons van Dennis Jones, hebben  reizen ondernomen naar het verre Canada  om de bevelhebbers van toen te interviewen en zo de geschiedenis nog dieper te doorgronden.
De bedoeling van de twee zoons was om een museum in te richten met alles wat ze kregen ivm met de oorlog in onze streek. Privé collecties werden geschonken en veel Canadese veteranen bezorgden uniformen en voorwerpen die verband hielden met hun verblijf aan het front.

Hun vader ,Dennis Jones, Normandië veteraan uit Crewe/Cheshire (UK) huwde met een meisje uit Knokke-Heist. Het militair uniform dat vader Jones droeg tijdens zijn huwelijk zal later het eerste uniform van de collectie vormen.

Het militair uniform van Dennis Jones

 

Er werd een locatie gevonden voor dit buitengewone project. De gemeentelijke school van Ramskapelle met bijhorend gemeentehuis uit 1876 werd gerestaureerd. En in 2009  werd  het For Freedom museum door Minister van Landsverdediging Pieter De Crem, Gouverneur van West-Vlaanderen Paul Breyne en Burgemeester Graaf Leopold Lippens geopend!

For Freedom is uitgegroeid tot een niet alledaags museum dat zelfs door de cruise reizigers die een korte stop hebben in de haven van Zeebrugge bezocht wordt. Voortdurend wordt de collectie aangevuld of is er een korte verrassende gebeurtenis zoals een F16 dat tentoongesteld werd in het aanpalend grasperk.

 

Wij bezochten het museum met de senioren in het kader van 11 november . De gids gaf vooraf een boeiende uitleg en tijdens de rondgang in het museum vertelde hij veel weetjes en soms waargebeurde anecdotes . Gezien de bezoekers grotendeels mensen waren uit de streek  werd er  nog veel aan toegevoegd. Van “zelf nog weten” en van “horen vertellen door ouders en grootouders”.

In grote uitstalramen staan levensechte mannequins. De eerste reeks waren Duitse uniformen. Eentje droeg een gasmasker ( een metalen koker die hij rond zijn hals droeg ). Vreesde men in Wereldoorlog II opnieuw gasaanvallen? Een hospik  met een verzameling medische spullen.

De gids legde ons het verschil in rang en stand uit  in de Duitse uniformen  van land -lucht- en zeemacht.

Een fles wijn van het jaar 1942 prijkt hier in één van die kasten. Ieder leidinggevende moest op de een of andere manier zorgen dat zijn manschappen ontspanning kregen om de gruwel van de oorlog even te vergeten. Hier was dit met een accordeon!


Omdat de mannen zouden weten waar ze gedropt werden droegen ze een zijden halsdoek met een kaart op gedrukt zodat ze zich min of meer konden oriënteren.

Zoals de kaart vermeld werd in 1999 (!) op de terreinen van de Veurnse suikerfabriek het wrak opgegraven van een Duits jachtvliegtuig. De zware poldergrond had het lichaam van deze piloot gemummificeerd!

Hun vrije tijd brachten de soldaten door oa in een pub. Omdat er zoveel verschillende talen werden gesproken onder de soldaten bedachten de pubhouders een oplossing: De naam van de pub werd  vergezeld met een afbeelding  . Geen spraakverwarring mogelijk!

Waar gebeurd: op een boerderij in de Hazegrasstraat verbleven er een zestal Duitse soldaten op de hooizolder.
De Canadese bevrijders waren in aantocht en kwamen eveneens binnen in de schuur van de boerderij . Zij hadden een gewonde Duitse soldaat bij die door hen werd verzorgd.
Toen de boer ’s ochtends in de stalling kwam kreeg hij bijna een beroerte: boven Duitsers op het gelijkvloers Canadezen. Hij is dan naar boven gegaan heeft de zes Duitse soldaten ingelicht over de toestand en hen aangeraden zich over te geven. Hun toestand was hopeloos want de bevrijding was al in veel delen van België een feit. Dat beseften ze maar al te goed en zo werd een bloedbad vermeden!
Geen verhaaltje maar echt gebeurd. Ook mijn vader heeft dit nog verteld.

Van de geallieerden waren er ook heel veel uniformen. Kasten vol! Een kleine impressie…

Onder oorverdovende lawaai van bombardementen wordt hier een beeld getoond hoe de Canadese genie onder leiding van Sgt Hickman met bootjes naast elkaar het kanaal in Retranchement overstaken nadat de brug door de Duitse luchtmacht en ook de Bailey brug die ze aan het opbouwen waren was vernield
Dit is hen gelukt  maar Sgt Hickman bezweek aan zijn verwondingen . De vernieuwde brug in Retranchement draagt ter zijner nagedachtenis  naam ” Hickman brug”. Elk jaar wordt aan deze brug  in Retranchement bij een kleine plechtigheid een eresaluut gebracht. Ik toonde hier foto’s van in het logje ” de Canadamars”( klik)

De Canadezen worden hartelijk verwelkomd door de toenmalige melkman toen ze door de Lippenslaan reden. Dit tafereel speelde zich af ter hoogte van een hotel waar nu de huidige winkel Vandenborre is.
De man gezien op zijn rug  gaf  het bevrijdende telefoontje dat Knokke bevrijd was!

Nog een hangar vol onderdelen opgegraven, gevonden of geschonken, afkomstig van tanks, vliegtuigen, restanten van bommen…
Op het grasveld een Messerschmitt ,torpedo’s , zeemijnen…
In een tweede hangar(klik) worden de vissers herdacht die tijdens de oorlog op  zeemijnen voeren..

Ga zelf eens kijken , dan ontdek je nog veel meer…

Moederdag

Mijn moeder met haar twee kinderen vlak na wereldoorlog II .

~~~~~~~~~~~~

 

Het bereik van een moeder
hoeft geen hoge masten,
geen sterke wifi,
niet eens internet.
Een moeder
is draadloze verbinding
van de beste soort.

Er is altijd bereik
en de snelheid
waarmee ze er staat
— voor jou —,
is vaak verbluffend.

Een moeder
is groter dan ze lijkt,
dichter dan je denkt.
Ze moedert door,
ver buiten haar grenzen,
blijft lang zitten
in de cache van je hoofd.

Geert De Kockere

Bloesemtijd

Deze kerselaar was de lievelingsboom van opa. Aanvankelijk was het een sprietig boompje met enkele takken  die in  de hoogte groeiden. Opa zorgde ervoor dat er onderaan niet teveel zijtakken kwamen( zoals op de eerste foto). Jaar na jaar groeide hij beetje bij beetje hoger. Toen opa er niet meer was heb ik de bloesems op de stam na de bloei verwijderd . Ik ben zeker dat hij goedkeurend zou knikken als hij zijn kerselaar zo mooi in bloei zag staan. Op twee dagen tijd stonden al de bloesems voluit. Je ziet het verschil op beide foto’s .

photohall

Op facebook ben ik lid van twee besloten groepen:  De dag van toen Knokke-Heist  en   Knokke vroeger en nu

De bedoeling van deze twee groepen is zoveel mogelijk foto’s verzamelen van Knokke-Heist : de bewoners , beroepen, huizen, hotels, cafés,  landschappen…
Het is ongelofelijk wat er al allemaal de revue is gepasseerd. Je staat ook verstomd hoe vlug een mens iets vergeet vooral als je postkaarten ziet van vroeger  en hoe het er tegenwoordig uitziet.

In 2011 was er van de gemeente uit een vraag aan alle bewoners of ze foto’s hadden die indertijd gemaakt werden door Photohall . Elke zomer liep er  voornamelijk op de zeedijk een fotograaf van de firma Photohall die foto’s maakte van mensen die oa.op de zeedijk wandelden. Je kreeg dan een bewijsje en het stond je vrij om de andere dag de foto te komen ophalen, tegen betaling natuurlijk.
De foto’s werden ingezameld in het heemkundig museum Sincfala om er een tentoonstelling rond te bouwen en dit in het kader van het Internationaal fotofestival KnokkeHeist.
Ik heb toen in fotoalbums van mijn ouders gezocht naar zo’n foto’s. Ik ben die gaan afgeven in het museum waar de foto’s werden geregistreerd zodat je die na de tentoonstelling terug kon ophalen. Alles is prima verlopen. Verschillende foto’s werden uitgekozen  voor de tentoonstelling .

Onlangs zag ik tot mijn verrassing deze foto verschijnen in een van die besloten groepen! Mijn broer, mijn vader en ikzelf . Een foto getrokken door een fotograaf van photohall  op de zeedijk ter hoogte van het Van Bunnenplein!