Op weg naar Cordoba

Een paar onverwachte gebeurtenissen weerhielden me deze week om te bloggen…

De derde dag van ons verblijf in Sevilla namen we twee taxi’s en reden naar het treinstation om naar Cordoba te reizen. Vooraleer op een Renfe trein (de nationale treinmaatschappij van Spanje )te stappen was er nogal controle. Eerst wachten op het bovenperron tot het lint( zoals op een luchthaven open werd gedaan en we met een roltrap naar het perron konden. Op het perron was er controle zoals bij een vliegtuigreis. De ticketten vermeldden het wagon nummer en het nr van je zitplaats. Vòòr het instappen werd gecontroleerd of je in de juiste wagon stapte. De rit duurde een half uurtje!

Het station van Cordoba is een nieuw en modern gebouw met een galerij  met winkeltjes en kleine eetgelegenheden. Nog een blik op het station en onze dag kon starten. We wandelden langs een mooie brede laan met originele fonteinen en hier en daar stond een mimosa boom te bloeien. Mooi ,maar na een tijdje stelden we vast dat we in de verkeerde richting liepen en nooit in het centrum terecht zouden komen!! Ach het was mooi weer en we hadden alle tijd. Terugkeren deden we niet , we wandelden door  straten met prachtige huizen en pleinen, liepen door smalle steegjes, vroegen al eens de weg en keken op de stadskaart.

wandelen in sevilla

Het enige wat we niet gedaan hebben in Sevilla is naar een voorstelling gaan kijken waar flamenco werd gedanst. Niet ver van ons hotel was er een restaurant waar er voorstellingen waren tijdens het diner. Maar we waren ’s avonds zo moe dat niemand nog fut had om daar heen te gaan. Ik heb dan maar (met toestemming van de mama ) een minidanseresje gefotografeerd.
In de smalle straatjes was het leuk wandelen  en kon je binnen gluren in mini caféetjes. Terrasjes waren er overal. Zodra er een beetje plaats was om een tafel en een stoel te zetten was er een terras! Meestal stonden die in de drukkere straten gewoon onder de appelsienbomen. Onder zo’n boom hebben we op een avond eens japans gegeten. De appelsienen waren nog groen ,maar het wordt ten zeerste afgeraden om er van te eten als ze rijp zijn. Zoals in alle steden zijn er ook souvenirwinkeltjes !

Denken jullie dat  het reisverhaal ten einde is? Dan kennen jullie die zes dametjes niet goed!!
Op de derde dag dat we in Sevilla waren hebben we de trein genomen en zijn we naar …Cordoba gereden. Maar ik laat jullie nu even met rust  met mijn reisverhalen. Het komt er nog wel aan.

Devotie van de Sevilliaanse bevolking.

 Je kan er echt niet naast kijken. Om de paar honderd meter vind je wel een schildering of een tegelwerk van heiligen op een muur. De devotie is erg groot in Sevilla. Ook gevels van gewone huizen zijn gedecoreerd met  schilderijen of beelden van heiligen of historische figuren. Je kan niet gaan wandelen in de stad zonder  een kerk  of kapel tegen te komen en altijd vind je er biddende mensen op eender welk uur van de dag .  De meeste  zijn gratis te betreden maar voor sommige kerken waar overdadig veel kunstenwerken  en goud aanwezig is,   wordt er wel entreegeld gevraagd en is er ook veel bewaking.

 

Eén van de indrukwekkendste kerken , die we toevallig op één  van onze wandelingen tegenkwamen in de stad is deze van San Luis  de los Franceses.  Deze kerk heeft een weelderige barokgevel! Spijtig was dat de straat zo smal dat je geen complete foto kon maken van de gevel. De kerk binnen is een ronde ruimte die meerdere overvloedig gedecoreerde altaren telt. De koepel maakt ook indruk.

De buitengevel

Een zicht op een enorm groot altaar met zij altaren.

In de crypte zie je nog heel goed waar de kisten werden gestapeld. Een beetje luguber.

Toen gingen we naar de huiskapel . Eén en al bladgoud en overdadig versierd. Aan de achterkant van het altaar was er een ruimte waar voornamelijk beenderen en andere relieken in grote kaders hingen.  Ik nam enkel een paar foto’s . Een bewaker volgde me al een tijdje op de voet en ik had al op mijn donder gekregen omdat de flits een keertje (per ongeluk) was afgegaan. We verlieten dan ook vlug deze ruimte.

Op weg naar de huiskapel moesten we door lange gangen en zagen we plafonds die nog moesten gerestaureerd worden. Ook waren er verschillende binnentuinen waarvan deze de mooiste was en van waar je ook de toren van de kerk zag.

Deze kerk was één van de  laatste bezienswaardigheden die we toevallig tegenkwamen op onze wandelingen door de smalle straatjes van Sevilla. Maar het alledaagse leven vind je weerspiegeld in de straten zelf. Daar toon ik morgen nog iets van!

 

 

 

Basilica de la Macarena

In de wijk La Macarena vind je de prachtige Basilica de la Macarena. In 1941 is de bouw van de basiliek begonnen. In 1949 werd deze afgerond en werd de basiliek gezegend door de aardbisschop van Sevilla. De basiliek wordt ook wel de Macarena Basílica genoemd .

We wilden deze basiliek bezoeken ,en omdat het die morgen ook al zo warm was reden we er met een taxi naar toe. We waren met zes  dus waren we wel verplicht twee taxi’s te nemen. Duur zijn die niet , het kwam ons op 2 euro per persoon, dus dat viel best mee. We zouden dan te voet terugkeren en hier en daar nog iets bezoeken- wat we interessant  vonden- op de terugweg naar het hotel. Gezien het één richtingsverkeer in het centrum van de stad deden we er een kwartier over met de taxi  en een half uur te voet naar het hotel! Om maar te zeggen dat alles niet zo ver uiteen ligt. Alleen moet je de weg zien te vinden in al die smalle steegjes en straten!!

De Basilica de la Macarena is gebouwd ter ere van de Heilige Maagd, ook wel ‘María Santísima de la Esperanza Macarena’ genoemd. Het beeld, gemaakt door een anonieme meester in de 17 e eeuw, staat op een ereplek helemaal bovenaan het altaar in de basiliek en is omringd met heilige voorwerpen. De beroemde grote praalmantel is geborduurd in fijn goud . Bij de Sevillianen staat ze ook wel bekend als ‘Madre de Sevilla’. Mensen komen hier om te bidden en haar te eren. Niettegenstaande de rijkdom in deze basiliek staan de deuren altijd open en kan iedereen er binnen en buiten.  Ze wordt beschouwd als de meest vereerde Dolorosa van Spanje. Elk jaar verlaat het beeld de basiliek en wordt zij toegejuicht door de Sevillianen op haar weg naar de kathedraal. Dit gebeurt in de nacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag. Bij binnenkomst  worden rozen over haar heen gestrooid .

Ik vroeg me af wanneer een kerkgebouw de naam basiliek mag dragen. Onze Anne wist hierop het antwoord : Een basiliek  is een eretitel voor een katholiek kerkgebouw met een bijzondere betekenis. Dit kan zijn omdat de kerk van groot historisch belang is, omdat er een bijzonder reliek ligt, of omdat de kerk het centrum is van een bepaalde devotie of bedevaart. De eretitel wordt door de paus toegekend en in het kerkgebouw kan je dit zien aan een soort vaandel genaamd Conopeum dat vooraan de kerk staat. In de basiliek stond vooraan dergelijke “parasol” . Zo dat weten we nu ook!!

Sla een bezoek aan deze prachtig gedecoreerde basiliek niet over , het is niet groot maar groots  in aankleding en uitstraling !!

 

De stadspoort  la Macarena gezien vanaf  de ringweg met daarachter de torens van de basiliek

De stadspoort gezien aan de andere kant  en ook een goed zicht op de oude omwalling

 

 

Casa de Pilatos

Eén van de mooiste casas in Sevilla is Casa de Pilatos. Dit is een typisch Andalusisch paleis. Het paleis is gebouwd met een mix van Italiaanse Renaissance en Spaanse Mudéjar stijlen.

Eerst even een stukje geschiedenis.
Don Pedro Enriquez heeft het laten bouwen aan het eind van de 15e eeuw en is er met zijn vrouw Catalina de Ribera en zoon Fadrique Enriquez de Ribera gaan wonen. Uiteindelijk is het afgebouwd door Fadrique Enriques de Ribera en hij is ook degene die de naam ‘Casa de Pilatos’ heeft bedacht. Hij werd hiervoor geïnspireerd tijdens zijn pelgrimstocht naar Jeruzalem in 1519. De afstand van zijn huis naar Templete de la Cruz del Campo is dezelfde afstand als tussen de ruines van het rechthuis (waar Pontius Pilates Jezus had veroordeeld tot schuldig) en de berg Golgota waar Jezus aan het kruis heeft gehangen. Hierdoor is de naam Casa de Pilatos ontstaan.

Het paleis is indrukwekkend en gebouwd met veel Azulejos en bezit keurig onderhouden tuinen. Deze tegels  zijn allemaalt kunstwerkjes op zich. Oorspronkelijk hebben de Moren deze kunstvorm naar Spanje gebracht vanuit het Perzische Rijk.

Andere kunstvormen die gebruikt zijn in dit paleis zijn gotiek, mudejar en renaissance. De mudejarstijl verwijst naar de Moren die in Andalusië gevestigd waren. Veel plafonds, muren en trappen zijn gebouwd in mudejarstijl. Dit is te zien aan het vele prachtige mozaïek. De renaissancestijl komt van origine uit Italië en is door de Christenen meegenomen naar de andere delen van Europa.
Bij de hoofdpatio is de mudejarstijl gebruikt voor de prachtige marmeren zuilen en bogen. De fontein die in de patio staat is gebouwd in renaissancestijl. Als je door de bogen heenloopt, vind je 24 borstbeelden van machtige Romeinse keizers. Ook staan er in de hoeken prachtige standbeelden van de Griekse goden.

In de tuinen kun je genieten van veel kleurrijke bloemen, planten en bomen. Deze prachtige tuinen zijn in Italiaans renaissancestijl aangelegd. ( ik veronderstel dat iedereen begrijpt dat mijn bronnen komen van verschillende sites op internet , al schrijf ik dit niet iedere keer  erbij)

We waren er niet alleen en dat merk je aan de foto’s. Het was praktisch onmogelijk om foto’s te maken zonder mensen op maar in feite illustreert dit dat het echt een bezienswaardigheid was dat de tand der eeuwen  goed heeft doorstaan en mooi is onderhouden. Sommige foto’s hebben een waas maar dit komt door de felle zon en de weerkaatsing.

 

 

     

El Rinconcillo, een bar van 1670.

El Rinconcillo :
Alleen al omdat het de oudste bar van Sevilla is, namelijk opgericht in 1670, is dit lokaal een bezoek waard. El Rinconcillo, dat je kunt vertalen als ‘het hoekje’ is gelegen in het centrum in de wijk Santa Catalina, Calle Gerona 40, Sevilla.
Het ligt in de buurt van de Metropol Parasol.
In deze bar beland je direct in Sevilliaanse sferen want behalve toeristen komen de locals hier ook graag. Het is een geschikte bar als start van een tapas route. Er wordt verteld dat deze bar de grondlegger is van de bekende tapas.
Wij zijn er naar toe geweest. Het hoekhuis is op het gelijkvloers , niet erg groot en in rijen staan de mensen geplakt aan de bar waar ze al staande drinken en hapjes eten.  De befaamde Iberico hespen hangen aan haken aan het plafond. De kleine gelagzaal heeft wanden met prachtig azuleja’s  .Een paar foto’s heb ik kunnen maken , het was er te druk en veel foto’s zijn wazig . Ik moest ook opletten dat ik bezoekers niet te prominent in beeld had 😦

Voor ons was er geen plaats meer en we waren al bezig om naar buiten te gaan , toen de kelner kwam en zei dat we boven wel konden eten. Ondertussen wisten we al dat we geen tapas konden bestellen maar dat het een menu( en dat spreken ze uit als menjoe) moest zijn. Gezien die menu’s toch niet duur zijn ,volgden we de kelner naar boven.  In de verschillende kamers stonden er tafels en waren er mensen aan het eten. In één van die kamers was er toevallig een tafel voor 6 personen vrij!! Ik weet begot niet meer wat ik heb gegeten die avond, maar het was lekker en we hebben ons geamuseerd. Dronken bah neen,  en van één flesje rode wijn voor ons 6 daar word je toch niet dronken van. We dronken allemaal veel water. Vergeet niet dat het tijdens ons verblijf behoorlijk warm was met temperaturen boven de 30°
Het was al donker toen we door de smalle steegjes terugkeerden naar ons hotel. De steegjes zijn goed verlicht en ook de kerken  waar we langs liepen baadden in het licht.

ps. omdat ik zo volledig mogelijk informatie wil geven ( soms geholpen door een reisgenote) en hiervoor opzoekingen moet doen, lukt het me niet zo gemakkelijk om blogrondes te doen. Ik kom zeker terug als  het verslag van deze prachtige reis af is.

  

De Universiteit van Sevilla

Vòòr we in het hotel van Alfonso XIII binnen gingen om koffie te drinken liepen we er eerst langs op weg naar de Plaza de España. We wandelden langs de universiteit van Sevilla. Een imposant gebouw . Om de weg af te korten gingen we ook dwars door het gebouw om aan de laan uit te komen gelegen dicht bij de Plaza de España.

De universiteit is in 1505 opgericht onder de Spaanse naam Colegio Santa María de Jesús. Het wordt ook wel de oude ‘tabaksfabriek’ genoemd, naar haar oorspronkelijke functie. De Real Fábrica de Tabacos de Sevilla was een oude tabaksfabriek . Een mozaïek op een muur van een gebouwtje herinnert aan deze fabriek  Bekendste werkneemster was Carmen, bekend uit de gelijknamige opera van de Franse componist Georges Bizet.Wist je dat de opera Carmen van Bizet hier is gesitueerd ?

Sinds 1949 zijn de fabriekshallen van de oude tabaksfabriek onderdeel van de universiteit van Sevilla. De binnenkant van het gebouw is aangepast aan zijn nieuwe functie als universiteit, maar binnen kun je nog steeds de authentieke sfeer opsnuiven.
Tegenwoordig telt de universiteit ongeveer 70.000 studenten!

   Aan de andere kant van de straat vermoedelijk een bijgebouw van de universiteit. Indien dit niet zo is ,is het in elk geval een prachtig gebouw met veel groen errond.

Update: gebouwtje aan de overkant van de universiteit is Teatro Lope de Vega en werd in 1929 ingehuldigd in Neo Barokke stijl. Lope de Vega was de Spaanse Shakespeare en leefde van 1562 tot 1635 . Met dank aan vriendin Anne voor de juiste informatie. .