De kat uit de boom kijken!

De kat uit de boom kijken …of beter halen.
Toen ik eergisteren de krant uit de brievenbus ging halen (Ik  lees nog graag ‘ s morgens een papieren versie bij mijn ontbijt, anders wel digitaal) hoorde ik een klaaglijk gemiauw. Ik dacht de stem te herkennen van de poes die elke dag langskomt en al miauwend te verstaan geeft dat ze eten wil hebben ! Maar ik zag ze nergens . De stem begon alsmaar luider te klinken zodat ik toch rond keek of die niet ergens vast zat. Hoe meer ik ” poes poes” riep hoe meer ik “miauw miauw” hoorde.
Ineens kreeg ik haar in de gaten. Zat ze toch in de kruin van de treurwilg rondjes te draaien tussen de nieuwe slingers. De boom is in het najaar gesnoeid maar heeft al een flinke nieuwe kruin.
Terzelfdertijd hoorde ik het scherpe geluid van een merel die rond de kruin vloog. Aha dacht ik ,daar zit wellicht een nest met jonge mereltjes en is de poes daardoor de boom ingeklommen.
Vlug mijn gms gehaald en wat foto’s gemaakt . Poes bleef maar miauwen en de merel bleef maar “roepen” . Ik riep ook tegen de poes van  “alé alé ,kom nu maar uit die boom”
Na wat rondgelopen hebben op die kruin zag ik de slingers van treurwilg heftig heen en weer slingeren en zakte poes zich vastklemmend aan de schors van de boom naar beneden.
Oef ik dacht al straks moet ik een ladder uithalen om haar uit die kruin te halen.

Eenmaal terug op de begane grond kwam ze van tussen de struiken en luid miauwend kwam ze op me af.
Me achterna lopend bleef ze miauwen alsof ze wilde zeggen ” geef nu maar wat kattenbrokken na mijn prestatie”

…en nu oogsten!

Al het werk in de tuin wordt nu beloond. Aardbeien à volonté. Ik heb er reeds confituur van gemaakt.
En zoals je merkt staan er nog veel te plukken. Gelukkig is er door het minder warme weer een adempauze.
Anders rijpen ze massaal en behalve voor confituur wil ik er toch graag wat uit het vuistje eten.

Zo zagen ze er een tiental dagen geleden uit.

Veel potjes aardbeien hebben al een andere bestemming gekregen! Kinderen kwamen langs 😉

Een minitomaatplantje en die draagt nu ook zoveel heerlijke snoeptomaatjes.

Dit zijn bosaardbeien. Daar komen niet zoveel vruchten aan zoals bij een aardbeiplant maar het is een heerlijk vruchtje en door het mooie weer van de laatste weken bloeiden ze uitbundig  en verschijnen nu de vruchtjes!

Voor de andere groenten is het nu wel even wachten. Door de droogte- en niettegenstaande dagelijks begieten -blijven ze allemaal wat achter.

Tuin herinneringen 2

 

 

Hallo, kom het paadje maar op en aan de voordeur rechtsaf . Daar zie je op de derde foto een grote taxus staan die in het najaar een meter korter is gemaakt. Jaaaren geleden heb ik een drietal heel kleine plantjes meegekregen van de moeder van mijn vriendin die in Bocholt woonde ( beiden zijn helaas al een tijdje  gestorven).Eén plantje heeft het overleefd . Telkens ik op bezoek ging vroeg Bomi of de taxus groeide. Ja Bomi die groeit nog steeds! En die komt al zo hoog dat de tuinman al een serieuze ladder nodig had om die te snoeien.
Draai ter hoogte van de kerselaar( ook in het najaar gesnoeid en al flink terug uitgelopen)  maar naar links. De treurwilg op de hoek wil nu niet op de foto. De tuinman heeft  die in het najaar gekortwiekt! Loopt al ietsje uit maar toch geen mooi zicht.
Loop maar door naar achteren.

Of wil je liever aan de linkerkant naar de tuin achteraan? Ook goed. De buxusbol kreeg ik van mijn broer toen we dertig jaar getrouwd waren. Een klein bolletje in een bloempot. Op de foto zou je het niet zeggen maar het is een flinke bol geworden die al vele malen gesnoeid is. Méér dan 25 jaar oud en nog kerngezond! Overleefde al de buxusrups. Na de kleine bocht kom je aan mijn kleine groentetuin. Behalve veel water geven is er momenteel niet veel te doen . De aardbeien op het einde van het tuintje beginnen te rijpen .Veel aardbeien!
Dan kom je aan de achtertuin met links het tuinhuis. Het zwembad dient nog juist om het regenwater op te vangen . Na de wintermaanden staat die vol en als het nu niet gaat regenen zal die einde juni leeg zijn!!

De twee bovenste foto’s is het zicht vanuit mijn keuken. De twee onderste foto’s is het zicht dat ik heb vanop het terras. Daar kun je me bij goed weer aantreffen bij het ontbijt en de andere maaltijden. Ik leef bij goed weer praktisch buiten.

 

Het zicht wat ik heb vanaf het terras achteraan: rechts van me het tuinhuis met de rozen, links een hoekje met aronskelken en een mini appelboom, bosaardbeien ,geraniumstruik ,een fuchsiastruik, karmozijnplanten….
Schuin voor mij de Deutzia( Mizzd had gelijk deze struik is geen Weigelia)  en de Phlomis  planten.

Nog een paar plantjes om af te sluiten. Ik kan blijven doorgaan want nu is de bloeiperiode van veel bloemen die klaar staan om te bloeien. Het gaat allemaal veel te vlug  bij dit warme weer en ik haal het niet meer om alles  met de gieter water te geven. Ik moet ook kraanwater  gebruiken met een waterslang.
Ik heb een verzameling hosta’s staan die verschillende kleuren van blad hebben en die ook op verschillende manieren bloeien. De slakken houden zich gedeisd omdat ik rond de plant boomschors heb gelegd zowel in de bloempotten als in de volle grond.
De stokrozen zijn mijn dada. Vroeger in de grote tuin had ik ze in alle kleuren. Ik probeerde zoveel mogelijk zaadbollen te verzamelen van stokrozen die een andere bloemkleur hadden. Toen ik stopte in de grote tuin heb ik ze hier gezaaid maar met de jaren zijn  de planten gekruist en de meest speciale kleuren zijn verdwenen. Het voornaamste is dat ze groeien en bloeien. Geduld is nodig want het is een tweejarige plant dwz het eerste jaar is het een jonge lage plant en pas het tweede jaar gaat die de lucht in. Campanula hoog en lage zijn dankbare planten die rijkelijk bloeien en druk bezocht worden door bijen!
Ik kan het niet laten om nog een foto van de rozen die tegen de gevel van het tuinhuis groeien te plaatsen. In werkelijkheid nog mooier dan op de foto! Roze als die beginnen te bloeien en zwemend naar zacht wit in volle bloei!

Kom je mee op het terras om een kopje koffie te drinken!

tuin herinneringen 1

 

Wie wil er nu geen rozen in zijn tuin!  Hier groeien er verschillende soorten . In het begin was  het een beetje zoeken naar een geschikte roos  die het goed doet op zware rond zoals in mijn tuin of een geschikt plaatsje in de zon maar met schaduw aan de voetjes  door bv lage plantjes aan de voet te planten. Opa was dol op theehydride rozen. Prachtige rozen in alle kleuren meestal met 1 grote roos op één stengel en lekker geurend. Een paar winters strenge vorst na elkaar  overleven die niet. Eentje heeft het overleefd en is bijna twee meter hoog en op iedere stengel één grote roos. Ideaal om af te knippen en in een hoge smalle vaas te zetten. Meer dan een week houdbaar.Op de onderste collage als achtergrond de theeroos waarvan de struik twee meter hoog komt. Rechtsonder ook een minuskuul roosje dat een ferme struik is geworden!
Op de foto”s zijn het allemaal rozen die onverwoestbaar lijken. Die witte geurt  en op zelfde collage linksonder is een roosje dat ik eens kreeg  in zo’n minuskuul potje en dat meestal na korte tijd de geest geeft. Niets van ik heb die in de tuin geplant tussen bodembedekkers en het is nu een flinke struik geworden. Er staan rozen in de tuin die hier zeker al 30 jaar groeien zoals het witte exemplaar.

Maar aan de bijtjes is ook gedacht in de tuin. Twee staan er nu in bloei en het is een gezoem van allerlei bijen groot en klein : De vuurdoorn en de weigelia. En dan niet te vergeten de witte en blauwe campanula en het vingerhoedskruid.

De oudste zoon vroeg indertijd of hij een stukje van de tuin mocht gebruiken om er kruiden te zaaien, te planten en te kweken. Nu denken jullie aan de gewone huis- en tuinkruiden. Het ging veel verder. Op een bepaald ogenblik had hij een kast vol met gedroogde kruiden. Ik heb jaren nodig gehad om die kruiden ( die allemaal de eigenschap hebben om te woekeren) uit de tuin te krijgen. Op een paar na is het me gelukt. Er staat nog altijd een soort Anijs in de tuin. Vermoedelijk gekruist met Venkel. Overal duiken struiken op van Bernagie. Mijn broer  kwam de bloemetjes vroeger plukken om zijn gerechten ( hij was kok) mee te versieren. Je vindt ook peterseliewortel en daar doe ik niet eens de moeite voor om die weg te krijgen. De wortel is eetbaar en doet denken aan pastinaak . Maar ik vind de plant op zich mooi met zijn vederachtige bladeren . Het wordt ook een vergeten groente genoemd. Dat gele bloemetje is eetbaar en doet denken aan een soort chrysant. Ook die kwam mijn broer plukken.

De rabarberstruik kreeg ik mee van mijn moeder. Er zijn veel variëteiten maar deze is niet zo zuur. Mijn moeder is dertig jaar geleden gestorven maar haar rabarberstruik gaat nog altijd mee ( weliswaar regelmatig verjongd)
Ook de smeerwortel vind je in mijn tuin. Die is niet uit te roeien. Hij heeft een geneeskrachtige werking maar ik probeer dat zelf maar niet uit. Er stond indertijd ook groot en klein hoefblad. De gedroogde en geplette bladeren waren goed om er sigaretten mee te rollen. Hij kreeg opa zover dat hij sigarethulsjes kocht en die gedroogde en geplette bladeren daarin oprolde. Smaak was niet mis zei opa, maar de stank van de rook was niet te harden. Mooi geprobeerd van de zoon om opa te doen stoppen met roken 😉

En dan zijn er de planten die je krijgt of van een vakantie meebrengt. Het vingershoedskruid kreeg ik van Buurtje. Een eigenzinnige tweejaarlijks bloeiende plant. Waar die zich uitzaait moet je die laten bloeien. De karmozijn plant is ook zo een plant. Nu zijn de bloemkoppen nog wit maar straks zijn die karmozijn kleurig. Prachtig  van kleur. En de Phlomis is een dankbare plant want eenmaal de gele bloemetjes afvallen blijft de plan nog mooi met zijn zaaddozen. Mooi om in droogboeketten te verwerken.
De salomonszegel heb ik in een bos geplukt in Nadrin in het jaar dat mijn moeder stierf ( 30 jaar geleden) Een collega en zijn vrouw vroegen me mee  om een paar vakantiedagen( verlengd weekend) met hen door te brengen in hun vakantiewoning aldaar.  Ik was die dagen overwegend alleen thuis: Kinderen jobstudent en manlief aan het werk. Ik had een zware tijd achter de rug want mijn moeder was lang ziek geweest en in die tijd bestond omstandigheidsverlof nog niet. De salomonszegel bloeit elk opnieuw in de periode dat mijn moeder stierf.

Mijn vader hield enorm van de donkerpaarse petunia. Het is veruit de enige petunia die zo lekker geurt. Op zijn graf heb ik elk jaar donkerpaarse petunia’s gezet en ook elk jaar vul ik er een paar bloembakken mee .
Papavers ontbreken ook nooit. In de grote tuin  die ik vroeger had  groeiden er papavers in alle kleuren. De mooiste waren de donkerpaarse en de bloedrode niet deze zoals op de foto, maar wel dubbelgevulde zoals de roze op de andere foto.
Ik herinner me de tijd op de boerderij bij tante Regina en nonkel Clement. Hele velden maanzaad waren er rond de boerderij en toen de zaaddoosjes gevormd werden brak ik die open en at ervan. Ik vond dat zo lekker en ik eet nog altijd graag broodjes met maanzaad op. Maar toen tante dat in de gaten kreeg dat ik die rijpe zaaddoosjes openbrak om de zaadjes op te eten , kreeg ik nogal wat naar mijn hoofd. Dat mocht niet en ik zou in slaap vallen en ziek worden. Achteraf vernam ik dat  jonge moeders dikwijls een aftreksel van gekookte maanzaadjes aan schreiende babies gaven. Haha kleine kinderen aan de drugs( maanzaad bevat sporen van opiaten).

morgen nog een stukje tuin herinneringen en een kleine rondleiding.

 

 

Tuin herinneringen

Mijn tuin is een verhaal van een pril begin tot een volwassen heden. Als ik erin rondloop dan herinner ik me hoe die bloemen en planten hier zijn gekomen. Er hangen dikwijls verhalen aan vast.
Ik zal er enkele uitlichten:

Toen we de grond kochten om er een paar jaar later op te bouwen noemde de straat Manitobalaan. Bijster mooi vond ik het niet maar ja straatnamen benoem je zelf niet. Jaren later moest dochterlief een les leren en het ging oa over Manitoba ,de graanschuur van Canada. Ik vertelde haar toen dat de oorspronkelijke naam van de straat waar we woonden zo noemde, want door de fusie van vier deelgemeenten werd een andere naam aan onze straat gegeven omdat er in de deelgemeente Heist een Manitobaplein was . Daar woonden meer mensen dan in onze korte straat en het was gebruikelijk dat de naam behouden werd waar er meer inwoners woonden.
Wij kregen een andere naam en gezien het een nieuwe wijk was met heel wat nieuwe straten werd gekozen voor bloemen en bomennamen. Onze straat kreeg de bloemennaam Jasmijn. Zoals zovele mensen worden nogal dikwijls jasmijnen en seringen met elkaar verward. We kochten zogenaamd een  jasmijn als eerste struik/boom om in onze tuin te planten en wij niet alleen  in deze straat. Al de buren hebben een jasmijn in  hun tuin. Wat bleek al die jasmijnen struiken in de straat waren in feite seringen. Maar kom wie valt daar nu over,het was de intentie die telde hé !

De oorspronkelijke jasmijn(sering)  is er niet meer . Maar een uitloper van de allereerste staat nog in de tuin!

Een bevriend echtpaar van mijn ouders gaven me als welkomst cadeau in het nieuwe huis een ouderwetse rode pioen. Ik moest beloven dat ik goed voor deze bloem zou zorgen en gaven instructies hoe ik die blijvend moest verjongen. Het waren zo’n lieve mensen dat ik dat graag beloofde. Heden heb ik op verschillende plaatsen in de tuin een mooie struik staan. Met een pioen moet je wat geduld hebben en na enkele jaren bloeit die overdadig.

Van mijn broer kreeg ik een zalmkleurige en een roze pioen ( de kleuren zijn met de jaren bleker geworden) Mijn broer is op jonge leeftijd gestorven maar hij leeft verder in deze mooie pioenen en hij zou wat fier zijn moest hij die uitbundige bloei kunnen zien.

Toen we hier pas woonden kreeg ik van mijn moeder een  bloem die je  vroeger in alle voortuintjes zag staan.
Een gemakkelijke plant  als die maar in de zon staat en  die ook lang bloeit en een heerlijke geur verspreidt. Zij noemde ze “groveliers”.(=muurbloem). Jarenlang  groeiden en bloeiden ze langs één gevel van het huis. Toen bleven ze na een strenge winter weg. Een paar jaar geleden zag ik in een tuincenter muurbloemen. Ik heb er een paar potten gekocht en met wat geduld heb ik nu terug overal in de tuin “groveliers” staan. Dit jaar bloeiden ze erg vroeg en is hun bloei nu zachtjesaan aan het verminderen.

Er komt nog een vervolg 🙂

 

Een tuin is als een fotoalbum…

…Je ziet hoe het begon en hoe de tuin  verandert met de jaren tot het eindelijk een  tuin wordt zoals je het in gedachten had.
Er wordt geplant en verplant en weer verwijderd. Er worden ideetjes geprobeerd en uitgewerkt. Er worden successen geboekt en tegenslagen geïncasseerd. Je krijgt , ruilt en  koopt plantjes.

Opa en ik wilden geen tuin met tierelantijntjes. Niet een perkje van dit en iets verder een perkje van dat en op de achtergrond dan wat struiken die hoger waren. Ik wilde een “boerentuin” waar planten groeiden en er zich lekker voelden en als die een jaar later een meter verder weer bovenkwamen mochten blijven staan.
Opa wilde dan liever veel bomen en grote struiken. Hij vergat dat we op een afgebakend perceel gebouwd hadden en dat het hier niet zo uitgestrekt was zoals in zijn geboortestreek in Luxemburg.  Zijn zus bv woonde op een stuk grond met bomen en struiken en rotsen waar er behalve haar eigen woning later vier villa’s werden opgebouwd. Met ouder worden kon ze het onderhoud niet meer aan .

Op een bepaald ogenblik stonden er hier zoveel bomen dat het leek of we  in een bos woonden. Uiteindelijk werden er veel bomen gekapt ten eerste omdat die te groot werden en ten tweede omdat de takken op de dakpannen zwiepten als het stormde.
Leuk was  wel dat er gedurende de zomermaanden verschillende hangmatten tussen de bomen hingen. Tijdens de hitte van het fameuze jaar 1976 waarin het weken na elkaar zo warm was,  heb ik meerdere malen in zo’n hangmat (waar ik voor het comfort een tuinzetelkussen inlegde) geslapen. De kinderen sliepen zelfs in een tent in de tuin want de hitte zat binnenshuis ! De airco’s die toen verkocht werden brachten geen soelaas alleen kreeg je er verkoudheden van!

Als omheining was  opa begonnen met traag groeiende cipressen die  na relatieve korte tijd afstierven omdat die soort niet tegen de zilte zeelucht kon. Samen met een collega gingen ze kleine sparren halen bij een privaat persoon die naast zijn woning een honderdtal kleine sparren staan had. Die verkocht hij aan een prijsje omdat hij het stuk grond voor iets anders wilde gebruiken. Alleen wisten opa en de collega niet dat zo’n bomen jaarlijks rondom moesten losgespit worden voor een betere beworteling. En dat was niet gedaan. De sparren overleefden het niet.
De moed werd niet opgegeven en beiden trokken er weer op uit  : een hele rij abelen werden aangeplant. Die collega woonde in de abelendreef en vond het wel een leuk idee om die boom aan te planten.  Opa sprong mee op de kar en zo kregen we een hele rij jonge abelen. Die deden het uitstekend en het was ook een mooie boom maar… het is boom met broze takken en gezien er aan de kust dikwijls veel wind is lag de tuin na iedere storm vol met gebroken takken en meerdere bomen sneuvelden. Eén boom bleef voor het tuinhuis staan, een lage abeel  met veel stevige takken .Jaren de speelboom van de kinderen.
Uiteindelijk werd  na de cipressen, de sparren en de abelen als omheining rondom een laurierhaag geplant , die heeft tot nu de tijd doorstaan!
Dan vergeet ik nog de fruitbomen die er werden aangeplant : een pruimelaar, perelaar en een appelboom. Die jonge boompjes hebben eens een stormachtige winter niet overleefd. En dan vergeet ik nog de twee treurwilgen vooraan en achteraan. Daar wordt niet aangeraakt behalve om de vijf jaar een serieuze snoeibeurt. Bij veel buren in de straat staat er in hun tuin een treurwilg en ook zij behouden die machtige bomen.

Waren wij de enige die zoveel bomen hebben geplant? Wel nee, onze achterbuur had zoveel sparren geplant dat het leek of we uitzicht hadden op een sparrenbos! Tot onze spijt heeft hij ze na vele jaren allemaal omgezaagd. Ze werden te groot en gezien het wortelgestel van sparren niet diep zit is het gevaar van omvallen bij storm te groot. Maar ook onze overburen hadden veel sparren geplant en verder in de straat stonden en staan er ook zoveel sparren en andere bomen. Ze noemden onze straat wel eens “die straat waar er zoveel bomen staan. ”

Behalve bomen kwamen er ook veel bloemen in de tuin. Hoe die hier allemaal gekomen zijn vertel ik in een ander logje.

schilderen

Gedurende de lockdown periode hou ik me netjes  aan de opgelegde voorwaarden van “blijf in uw kot”. Maar je kunt je dagen niet blijven vullen met opruimen in je huis. En gezien het ( de koude wind vergeten we even)overwegend zonnig weer is  heb ik me op de tuin geworpen. Mijn tuinman kan de grens niet over (hij woont in Nederland ), de kleinkinderen die elk voorjaar me komen helpen in de tuin tijdens de korte vakanties van het voorjaar, kunnen ook niet komen. Dus ben ik zelf maar begonnen. Eén jonge beginnende tuinier heeft me uit de nood geholpen en is de tuin komen verticuteren. Verleden jaar heeft mijn machientje  de geest gegeven en ik wil geen nieuwe meer kopen. En toen de tuin wat op orde lag  ben ik begonnen met al de bloembakken en -potten een nieuw likje verf te geven. Ik heb ze niet geteld maar zeker een dozijn schitteren nu mooi in het groen.
Vòòr de winter was een schilder begonnen met de sierluiken te schilderen en zou in het voorjaar terug komen om verder te werken. Met die corona kwam de schilder niet af. Als ik bloempotten kan schilderen ,dacht ik , waarom zou ik geen luiken kunnen schilderen.
Een serieuze karwei en momenteel ben ik over de helft. Nog zes luiken te gaan!! Vervelen zit er hier niet in !!
Als alles is afgewerkt dan wandel ik wel eens samen met jullie door de tuin!! Want dan zullen de zomerbloemen in bloei staan.

De figuren waar opa zo dol op was  heb ik een likje witte verf gegeven. Ze staan verspreid over de tuin langs voor en langs achter. Alleen de paddenstoeltjes moeten nog een nieuw hoedje krijgen met witte stipjes.

tuin en dieren(3)

Denk maar niet dat het al was van dieren die hier rondliepen.
Na de tegenslag met Noxy die de kinderen en wijzelf  niet zo vlug verwerkt hebben  is er jaren lang geen hond meer in huis gekomen tot ik op een dag thuiskwam na mijn werk en ’t Vrouwtje ( zo werd onze poetshulp genoemd door de kinderen en op den duur zei de hele familie zijzelf incluis ” ’t Vrouwtje” tegen haar) me opgewonden tegemoet snelde ” er ligt een hond op de bloemen in de garage en die doet zo lelijk als ik hem wil verjagen”
In de garage stonden verschillende bakken met allerlei plantjes in om in de tuin uit te planten. Op één van die bakken lag een teckeltje. Zonder nadenken stormde ik de garage in en nam het beestje bij zijn nekvel en deponeerde haar in een poezenmand die als reserve in de garage stond. Het hondje was wellicht zo verbouwereerd dat het niet blafte maar stilletjes bleef liggen. ’t Vrouwtje was wellicht nog meer verbouwereerd dan de hond. Zij had het niet zo voor honden en wellicht voelde het beestje dat.

Ik deed aangifte bij de politie en zei dat ik het diertje wel zolang zou bijhouden . Ik vond het zo zielig om het naar het asiel te brengen. De kinderen waren op slag weg van het beestje, een bruin kortharig teckeltje. Het beestje voelde zich al vlug thuis en de kinderen  zeiden ” ik hoop dat er niemand om komt”. Na een week kreeg ik bericht dat een mevrouw aangifte kwam doen van een weggelopen hondje. Ik vond dat zelf toch rijkelijk laat , daar ze in de gemeente zelf woonde. Toen ze het hondje kwam halen was dochterlief zo van streek en maar huilen. De mevrouw vertelde dat het hondje 14 jaar was en een kweekdiertje was geweest. Zij had een klein dierenasiel en kweekte ook honden. Het was een gerenommeerde zaak niet eens  zo ver van onze woning. Het beestje was al enige tijd “op pensioen” maar ze hielden haar nog bij. Wellicht was ze weggelopen door het lawaai van de andere honden, zei ze. Toen ze dochterlief zo zag huilen met het teckeltje in haar armen vroeg ze of ik het beestje wilde houden. Ik moest niet eens antwoorden dat deden de kinderen in mijn plaats.  Het hondje kreeg de nam Suzy naar de naam van de dierenzaak!
Suzy was een gelukkig hondje en de kinderen waren dat ook! Je kon bijna niet geloven dat ze al 14 jaar was. Maar we hadden haar nog geen jaar toen we haar op een morgen dood aantroffen in haar mandje. Ze had alles uit haar verblijf bij ons gehaald wat er te rapen viel , teveel voor haar leeftijd . Vreemd genoeg begrepen de kinderen dit en waren niet enkel verdrietig maar ook blij dat  Suzy nog een héél jaar zorgeloos heeft kunnen leven.

Dit is een foto van internet. De foto’s die ik heb waar zij op staat zijn te verkleurd. Maar zo herinner ik me Suzy het best.

Kort nadien is mijn man thuisgekomen met een kleine puppy van een onbestemd ras. De moeder moet vreemd zijn gegaan . Want normaal moest de puppy helemaal beige zijn maar hij was letterlijk het zwarte schaap in dat nest. Hij geleek het meest op een schipperke. Het spijtige is dat zijn staart was geknipt en om welke reden is ons nooit duidelijk geweest.. Hij zou een mooie pluimstaart gehad hebben. Snoopy heeft 18 jaar geleefd en was overal mee waar wij naar toe gingen. Zelfs op het trouwfeest van dochterlief was de hond  aanwezig en bleef bij de feestmaaltijd braafjes onder de tafel in zijn mand liggen . Hij werd nooit alleen gelaten. Hij verbleef overdag bij mijn ouders en na mijn werk haalde ik Snoopy op. Hij zag iedereen in het gezin graag ,wie er ook thuiskwam hij ging die uitbundig groeten.
Toen hij fysiek achteruitging en wij er aan dachten om de dierenarts in te schakelen gebeurde het. De  kinderen waren allemaal thuis op een dag dat er eentje normaal op kot zat. Er werd druk over en weer gepraat en Snoopy lag met zijn kopje op de rand van de mand onder de salontafel naar iedereen te kijken. Toen ik na een tijd in de gaten kreeg dat zijn kopje niet meer bewoog ,wist ik het. Hij had zijn moment gekozen om heen te gaan : Iedereen was thuis.

Sedertdien is er geen hond meer in huis gekomen zoals er nu ook geen nieuwe poes meer in huis komt.
Het doet zo’n zeer als het afscheid komt.

Behalve poezen en honden  hadden we een dwergkonijn met hangoren die gewoon in huis rondliep  en hadden we ook vier colibri’s die dikwijls vrij in huis rondvlogen en hun nest hadden in een christus doorn en ook een grote kooi hadden. Van een nicht kregen we eens een héél groot albino konijn. Die liep vrij in de tuin rond en liep liefst rond mijn man als die in de tuin aan het werken was. En dan was er eens een klein egeltje die wellicht vergeten was zijn winterslaap te houden en de kinderen installeerden het beestje in een berg stro onder in een grote kast in de garage . De hele winter hield het van die korte slaapjes en vroeg ook eten. Het liefst at die yoghurt met beschuit. In het voorjaar is het egeltje  naar buiten getrokken als een ferme grote egel. Zou het kunnen dat we door die opvang jaarlijks egels zien rondlopen in de tuin 😉

Had ik mijn man en kinderen willen geloven dan haalden ze nog kippen en ganzen  in huis en een minischaapje… Ik vond het al welletjes !

Tuin en dieren(2)

Ondertussen liepen er hier soms drie poezen ineens rond. Toen ik nog thuis was hadden we altijd witte poezen en in het begin in het nieuwe huis liep er hier natuurlijk ook een witte poes rond. Een kattinnetje en niet  gesteriliseerd. Dat was in die tijd niet zo gebruikelijk.  Toen ze kleintjes kreeg waren het overwegend witte poesjes . Twee hielden we zelf en de andere vonden een nieuw baasje. Toevallig waren die twee witte poesjes langharige poezen( geen  angora poezen) . O zo mooi. De kinderen waren er dol op.
Elk jaar gingen we in het najaar naar de familie  in Luxemburg en een buur zorgde voor onze drie poezen. Wat er precies is gebeurd zullen we nooit weten maar volgens de buur waren een paar kwajongens uit de buurt rond ons huis aan het lopen en hij heeft ze  weggejaagd. De poezen hadden hun stekje in het tuinhuis tijdens onze afwezigheid en hij ging er regelmatig naar toe. Ik geloof de man want ik had dagelijks contact met het echtpaar. Toen we terug thuis kwamen zagen we geen poezen meer. De twee langharige poezen hebben we terug gezien zes maanden later in een andere wijk. Zeker waren het onze poezen. Maar ze hadden nu een andere thuis en bewijs maar eens dat hun oorspronkelijke thuis bij ons was!
Na de gebeurtenis met Noxy waren de kinderen werkelijk ontroostbaar.

De volgende poes kwam hier toevallig. Op een dag hoorden we voortdurend miauwen en wij maar niet vinden waar dat gemiauw vandaan kwam tot we in de gaten kregen dat het gemiauw uit een boom kwam. Daar zat een klein poesje  op een tak klaaglijk te miauwen. Het had een roze halsbandje aan met een belletje. De kinderen haalden het beestje uit de boom en ze noemden het Pinky  wegens dat roze halsbandje. De kinderen liepen de hele buurt af om te vragen of iemand een poesje kwijt was. Niemand miste een poesje.
Het werd de poes van de oudste zoon. Waar de zoon was zag je de poes. Zij had haar stekje in zijn slaapkamer , sliep in zijn kamer en lag liefst in een te kleine doos op zijn bureau. Toen hij kotstudent werd in Gent had Pinky het lastig en zocht een plaatsje in de zetel naast mijn man. Maar de vrijdag zat ze de hele dag op het muurtje boven de brievenbus te wachten tot de zoon thuiskwam Ongelooflijk.
Zij had een mooi leven en is op 18 jarige leeftijd ingeslapen.

En dan is Vlekje gekomen. Haar thuis was aanvankelijk bij onze  buren . Zij zijn ondertussen verhuisd naar Le Pays des Collines. Maar onze lieve buren waren veel op reis en vroegen aan Opa( iedereen noemde mijn man opa door de kleinkinderen )of hij hun twee poezen eten wilde geven. Maar het eindigde dat Vlekje even naar huis ging als ze thuis waren maar na een halfuurtje weer terug kwam. De andere poes kwam niet terug. Op den duur heeft Buurtje gezegd dat we Vlekje mochten houden  en zo gebeurde het . Ze ging in het begin nog wel eens langs bij haar eerste thuis maar ze kwam altijd terug en wat later ging ze nooit meer terug. Zij was een rustige poes die nooit buiten de tuin kwam en hooguit naast de brievenbus de straat links en rechts bekeek. Onlangs  is ze op 21 jarige leeftijd ingeslapen.

Er zijn nog veel poezen langs gekomen maar nooit zijn ze in ons gezin opgenomen geweest. Ze kwamen eten , of wilden geaaid worden of kregen verzorging. Ook nu komt er regelmatig een poes langs die natuurlijk eten vraagt maar vooral wil geaaid worden. Ik neem haar niet binnen want het is iemands poes en ik ben niet vergeten wat er heel lang geleden is gebeurd. Ondertussen brengt zij leven in de bouwerij.  Het is een speels beestje helemaal het contrast van Vlekje.;

 

 

tuin en dieren(1)

Als je met drie jonge kinderen van een appartement verhuist naar een huis met een tuin is het niet verwonderlijk dat er al vlug gesproken wordt om een poes of hond in huis te nemen. Een poes was geen probleem maar voor een hond hield ik het nog een beetje tegen omdat wij beiden gingen werken en waar moest de hond dan verblijven. Mijn ouders gaven de oplossing . Zij zouden overdag wel voor de hond zorgen.
Zo gebeurde het dat we op een dag met het hele gezin naar Brussel reden om in het asiel van Veeweyde een hond te halen. Mijn man kende de uitbater en die stelde voor om daar een hond uit te kiezen. Mijn hart brak als ik al die dieren in grote kooien met een binnen -en buitenruimte zag zitten. De meeste honden blaften er op los om de aandacht te trekken. Eén hond draaide zijn kont naar de mensen die langs liepen . En juist die hond sprak de kinderen erg aan. Een Basset Artésien. Hij had een stamboom en droeg de naam Noxy. We kregen later een paar keer controle of er goed voor de hond werd gezorgd zo niet namen ze die terug mee! Wat denk je hoe het afliep?

Een loebas van een hond waar we veel plezier maar ook kopbrekens meehadden. Het was een echte  jachthond . We hadden een omheining laten plaatsen en die mensen verzekerden ons dat de hond daar zeker niet kon overspringen. Inderdaad hij kon er niet over springen maar hij sprong er tegenaan en klauterde er dan over . Dikwijls had hij dan serieuze schrammen en een paar keer moesten we naar de dierenarts om hem te laten verzorgen. Hij ging dan op zijn eentje de hele wijk verkennen, wat op zich niet zo erg was want het was er nog verlaten. Hij kwam dan onder de modder weer naar huis. Mijn man stak  Noxy dan in de garage waar er een groot hok stond( laten maken) en waar hij ’s nacht s in sliep. Hij begreep algauw dat hij niet uit de garage mocht vooraleer hij weer proper was. Dan huppelde hij tevreden naar de living waar een tapijt onder een kleine bridge tafel lag .Dat was zijn geliefkoosd plaatsje.

Hij was dol op de kinderen en zij op hem. Op de foto hieronder had het gesneeuwd en de kinderen hadden hem als het ware ingespannen om de slee te trekken. Dolle pret bij de kinderen en Noxy genoot er blijkbaar ook van zoals die door de sneeuw liep. Op een dag was dochterlief op zijn rug geklauterd en reed ze paardje met Noxy. Die loebas vond dat allemaal goed. Als hij maar kon lopen en rennen terwijl zijn oren flapperden

Omdat er nog veel ruimte was in de omgeving waren er in het najaar jachtpartijen op fazanten die ze vlak vòòr de jacht uit lieten vliegen.  Omdat we het jachtinstinct van Noxy ondertussen al kenden hadden we hem met zijn halsband vastgebonden aan een lange stevige touw bevestigd aan een  paal in de tuin, Mijnheertje had het touw doorgeknaagd en was als de bliksem gaan jagen ! We kregen een verbolgen jager aan de deur . Noxy hielp de afgeschoten fazanten zoeken maar bracht ze niet naar de jagers terug! Wat hij er mee deed weten we niet ,in elk geval bracht hij er geen enkele mee naar huis ! 😦

Rustig wandelen met Noxy was meer een sleuren en trekken om hem bij je te houden. Ik zie mijn man nog altijd voor me toen hij me een keertje kwam ophalen aan het bureau .Noxy sleurde hem mee  en hij maar trekken aan de leiband . Ik dacht “wie van de twee gaat hier winnen” Achteraf zei mijn man , ik ga nooit meer wandelen met dat beest. We dachten dat hij kalmer zou worden met ouder worden, maar dat kon nog lang duren zoals hij vrolijk en dartel rond liep en rende.  We hebben de tijd niet gehad om naar een training te gaan want in die periode werden veel honden meegelokt door een camionette die met open deur door de wijk reed met een loops teefje in. We hebben Noxy nooit meer teruggezien. Een tranendal ten huize dekindertjes . Het heeft een hele tijd geduurd voor er een nieuwe hond in huis kwam.