Devotie van de Sevilliaanse bevolking.

 Je kan er echt niet naast kijken. Om de paar honderd meter vind je wel een schildering of een tegelwerk van heiligen op een muur. De devotie is erg groot in Sevilla. Ook gevels van gewone huizen zijn gedecoreerd met  schilderijen of beelden van heiligen of historische figuren. Je kan niet gaan wandelen in de stad zonder  een kerk  of kapel tegen te komen en altijd vind je er biddende mensen op eender welk uur van de dag .  De meeste  zijn gratis te betreden maar voor sommige kerken waar overdadig veel kunstenwerken  en goud aanwezig is,   wordt er wel entreegeld gevraagd en is er ook veel bewaking.

 

Eén van de indrukwekkendste kerken , die we toevallig op één  van onze wandelingen tegenkwamen in de stad is deze van San Luis  de los Franceses.  Deze kerk heeft een weelderige barokgevel! Spijtig was dat de straat zo smal dat je geen complete foto kon maken van de gevel. De kerk binnen is een ronde ruimte die meerdere overvloedig gedecoreerde altaren telt. De koepel maakt ook indruk.

De buitengevel

Een zicht op een enorm groot altaar met zij altaren.

In de crypte zie je nog heel goed waar de kisten werden gestapeld. Een beetje luguber.

Toen gingen we naar de huiskapel . Eén en al bladgoud en overdadig versierd. Aan de achterkant van het altaar was er een ruimte waar voornamelijk beenderen en andere relieken in grote kaders hingen.  Ik nam enkel een paar foto’s . Een bewaker volgde me al een tijdje op de voet en ik had al op mijn donder gekregen omdat de flits een keertje (per ongeluk) was afgegaan. We verlieten dan ook vlug deze ruimte.

Op weg naar de huiskapel moesten we door lange gangen en zagen we plafonds die nog moesten gerestaureerd worden. Ook waren er verschillende binnentuinen waarvan deze de mooiste was en van waar je ook de toren van de kerk zag.

Deze kerk was één van de  laatste bezienswaardigheden die we toevallig tegenkwamen op onze wandelingen door de smalle straatjes van Sevilla. Maar het alledaagse leven vind je weerspiegeld in de straten zelf. Daar toon ik morgen nog iets van!

 

 

 

Casa de Pilatos

Eén van de mooiste casas in Sevilla is Casa de Pilatos. Dit is een typisch Andalusisch paleis. Het paleis is gebouwd met een mix van Italiaanse Renaissance en Spaanse Mudéjar stijlen.

Eerst even een stukje geschiedenis.
Don Pedro Enriquez heeft het laten bouwen aan het eind van de 15e eeuw en is er met zijn vrouw Catalina de Ribera en zoon Fadrique Enriquez de Ribera gaan wonen. Uiteindelijk is het afgebouwd door Fadrique Enriques de Ribera en hij is ook degene die de naam ‘Casa de Pilatos’ heeft bedacht. Hij werd hiervoor geïnspireerd tijdens zijn pelgrimstocht naar Jeruzalem in 1519. De afstand van zijn huis naar Templete de la Cruz del Campo is dezelfde afstand als tussen de ruines van het rechthuis (waar Pontius Pilates Jezus had veroordeeld tot schuldig) en de berg Golgota waar Jezus aan het kruis heeft gehangen. Hierdoor is de naam Casa de Pilatos ontstaan.

Het paleis is indrukwekkend en gebouwd met veel Azulejos en bezit keurig onderhouden tuinen. Deze tegels  zijn allemaalt kunstwerkjes op zich. Oorspronkelijk hebben de Moren deze kunstvorm naar Spanje gebracht vanuit het Perzische Rijk.

Andere kunstvormen die gebruikt zijn in dit paleis zijn gotiek, mudejar en renaissance. De mudejarstijl verwijst naar de Moren die in Andalusië gevestigd waren. Veel plafonds, muren en trappen zijn gebouwd in mudejarstijl. Dit is te zien aan het vele prachtige mozaïek. De renaissancestijl komt van origine uit Italië en is door de Christenen meegenomen naar de andere delen van Europa.
Bij de hoofdpatio is de mudejarstijl gebruikt voor de prachtige marmeren zuilen en bogen. De fontein die in de patio staat is gebouwd in renaissancestijl. Als je door de bogen heenloopt, vind je 24 borstbeelden van machtige Romeinse keizers. Ook staan er in de hoeken prachtige standbeelden van de Griekse goden.

In de tuinen kun je genieten van veel kleurrijke bloemen, planten en bomen. Deze prachtige tuinen zijn in Italiaans renaissancestijl aangelegd. ( ik veronderstel dat iedereen begrijpt dat mijn bronnen komen van verschillende sites op internet , al schrijf ik dit niet iedere keer  erbij)

We waren er niet alleen en dat merk je aan de foto’s. Het was praktisch onmogelijk om foto’s te maken zonder mensen op maar in feite illustreert dit dat het echt een bezienswaardigheid was dat de tand der eeuwen  goed heeft doorstaan en mooi is onderhouden. Sommige foto’s hebben een waas maar dit komt door de felle zon en de weerkaatsing.

 

 

     

El Rinconcillo, een bar van 1670.

El Rinconcillo :
Alleen al omdat het de oudste bar van Sevilla is, namelijk opgericht in 1670, is dit lokaal een bezoek waard. El Rinconcillo, dat je kunt vertalen als ‘het hoekje’ is gelegen in het centrum in de wijk Santa Catalina, Calle Gerona 40, Sevilla.
Het ligt in de buurt van de Metropol Parasol.
In deze bar beland je direct in Sevilliaanse sferen want behalve toeristen komen de locals hier ook graag. Het is een geschikte bar als start van een tapas route. Er wordt verteld dat deze bar de grondlegger is van de bekende tapas.
Wij zijn er naar toe geweest. Het hoekhuis is op het gelijkvloers , niet erg groot en in rijen staan de mensen geplakt aan de bar waar ze al staande drinken en hapjes eten.  De befaamde Iberico hespen hangen aan haken aan het plafond. De kleine gelagzaal heeft wanden met prachtig azuleja’s  .Een paar foto’s heb ik kunnen maken , het was er te druk en veel foto’s zijn wazig . Ik moest ook opletten dat ik bezoekers niet te prominent in beeld had 😦

Voor ons was er geen plaats meer en we waren al bezig om naar buiten te gaan , toen de kelner kwam en zei dat we boven wel konden eten. Ondertussen wisten we al dat we geen tapas konden bestellen maar dat het een menu( en dat spreken ze uit als menjoe) moest zijn. Gezien die menu’s toch niet duur zijn ,volgden we de kelner naar boven.  In de verschillende kamers stonden er tafels en waren er mensen aan het eten. In één van die kamers was er toevallig een tafel voor 6 personen vrij!! Ik weet begot niet meer wat ik heb gegeten die avond, maar het was lekker en we hebben ons geamuseerd. Dronken bah neen,  en van één flesje rode wijn voor ons 6 daar word je toch niet dronken van. We dronken allemaal veel water. Vergeet niet dat het tijdens ons verblijf behoorlijk warm was met temperaturen boven de 30°
Het was al donker toen we door de smalle steegjes terugkeerden naar ons hotel. De steegjes zijn goed verlicht en ook de kerken  waar we langs liepen baadden in het licht.

ps. omdat ik zo volledig mogelijk informatie wil geven ( soms geholpen door een reisgenote) en hiervoor opzoekingen moet doen, lukt het me niet zo gemakkelijk om blogrondes te doen. Ik kom zeker terug als  het verslag van deze prachtige reis af is.

  

De Universiteit van Sevilla

Vòòr we in het hotel van Alfonso XIII binnen gingen om koffie te drinken liepen we er eerst langs op weg naar de Plaza de España. We wandelden langs de universiteit van Sevilla. Een imposant gebouw . Om de weg af te korten gingen we ook dwars door het gebouw om aan de laan uit te komen gelegen dicht bij de Plaza de España.

De universiteit is in 1505 opgericht onder de Spaanse naam Colegio Santa María de Jesús. Het wordt ook wel de oude ‘tabaksfabriek’ genoemd, naar haar oorspronkelijke functie. De Real Fábrica de Tabacos de Sevilla was een oude tabaksfabriek . Een mozaïek op een muur van een gebouwtje herinnert aan deze fabriek  Bekendste werkneemster was Carmen, bekend uit de gelijknamige opera van de Franse componist Georges Bizet.Wist je dat de opera Carmen van Bizet hier is gesitueerd ?

Sinds 1949 zijn de fabriekshallen van de oude tabaksfabriek onderdeel van de universiteit van Sevilla. De binnenkant van het gebouw is aangepast aan zijn nieuwe functie als universiteit, maar binnen kun je nog steeds de authentieke sfeer opsnuiven.
Tegenwoordig telt de universiteit ongeveer 70.000 studenten!

   Aan de andere kant van de straat vermoedelijk een bijgebouw van de universiteit. Indien dit niet zo is ,is het in elk geval een prachtig gebouw met veel groen errond.

Update: gebouwtje aan de overkant van de universiteit is Teatro Lope de Vega en werd in 1929 ingehuldigd in Neo Barokke stijl. Lope de Vega was de Spaanse Shakespeare en leefde van 1562 tot 1635 . Met dank aan vriendin Anne voor de juiste informatie. .

 

 

Op de koffie

Toen we op weg waren naar de Plaza de España liepen we voorbij een prachtig hotel:

Hotel Alfonso XIII. Dit is een luxehotel in de Andalusische hoofdstad Sevilla. Het werd gebouwd als luxeaccommodatie voor de wereldtentoonstelling van 1929 die gedeeltelijk in Barcelona en gedeeltelijk in Sevilla plaatsvond. De bouw duurde van 1916 tot 1928. Het hotel is vernoemd naar Koning Alfons XIII van Spanje, die het gebouw destijds ook opende.Het interieur is rijkelijk gedecoreerd met azulejos en smeedijzeren elementen. Het hotel beschikt over 147 kamers en suites die allemaal uniek zijn. (https://www.booking.com/hotel/es/starwoodalfonso.nl.html :op deze site zie je foto’s van dit hotel)

We zouden in het terugkeren dit hotel eens een bezoek brengen. Het blijkt dat je op de koffie mag gaan in dergelijke luxehotels, zelfs als je er niet logeert!! Dat wilden we wel eens uitproberen.
Inderdaad toen we terugkeerden en het bordes opliepen  werden de deuren door de portier vriendelijk voor ons opengedaan. Op de vraag of we op de koffie mochten werden we doorverwezen naar een binnenterras.

Een groot binnenplein met in het midden een fontein en rondom prachtige gevels vol azulejos. Natuurlijk hebben we allemaal even rondgelopen op het gelijkvloers in dit hotel en ons ogen uitgekeken naar al die luxe . Er was zelfs een hoekje ingericht waar schrijftafel en zetel van Koning Alfonso XIII stonden tentoongesteld.

Met veel egards werden we bediend door een kelner en hij was ook zo vriendelijk om een foto van ons te nemen. Of de koffie daar beter smaakte dan elders? Ach het was toch even binnen  kijken in een wereld vol luxe waar je alleen maar kan van dromen( ik toch). Prijzig de koffie en het gebak ? Ik had er best die 12 euro voor over.

 

Komen jullie mee?

 

Plaza de España

 

Het halvemaanvormige Plaza de España is een van de bekendste pleinen van Sevilla. Ter ere van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 werden er diverse gebouwen opgetrokken in het Maria-Luisapark, waaronder dit ontwerp van Aníbal González Álvarez.
Het enorme plein met een doorsnee van 200 meter heeft de vorm van een halve maan en wordt omringd door gebouwen. Het idee erachter is dat Spanje haar ex-kolonies omarmt. Het merendeel van deze gebouwen wordt vandaag gebruikt door de overheid. Geheel onderaan deze gebouwen bevinden zich 52 tegelmozaïeken, fresco’s waarop alle Spaanse provincies zijn afgebeeld in azulejo’s (typische Andalusische tegeltjes). Midden op het plein staat een fontein en het middenplein wordt door vijf bruggetjes verbonden met de zijkant.
Je kan er een kort maar romantisch boottochtje maken. Het was die dag zo warm dat er weinig interesse voor was . Het lijkt erop dat er niet veel volk was , maar op het plein was het niet om uit te houden en iedereen zocht vlug de schaduw op onder de galerij .

Vlak vòòr dit immense gebouw is er een groot park ,het Maria Luisa park, en is het bekendste openbare park van Sevilla. De omgeving is ook autovrij. Behalve koetsen en een enkele keer een “billen”kar   zie je er alleen wandelaars. Dit park wordt omschreven als een paradijs vol  lange wandeldreven, paviljoenen, rustgevende fonteinen en prachtige tuinen met mediterrane bomen en kleurrijke bloemen. Maar daar hadden we jammer genoeg geen tijd voor. Ten andere wilden we wel even onze benen rust gunnen ( want het was al een flinke wandeling naar die plaza ) en onze dorst lessen. Dat konden we even doen aan de openbare  kraantjes met drinkbaar water!! Veel water kwam er wel niet uit.  Maar dat  hebben we in een heel chique kader gedaan!
Die twee kraampjes vonden we wel leuk op de plaza maar  toch leek het niet de ideale plaats ervoor.

Morgen zie je dan het chique kader waar we onze dorst lesten!!!!!

 

 

Plaza del Toros

Plaza del Toros, voluit La Plaza de Toros de la Real Maestranza de Caballería de Sevilla (nl: plein van de stieren van het koninklijk arsenaal van de Sevillaanse cavalerie) .

Het  is de grootste en belangrijkste arena in Spanje waar stierengevechten worden georganiseerd. Deze arena speelt een belangrijke rol tijdens de Feria de Abril, een van de grootste stierenvechtenfestivals ter wereld die in de maand april wordt gehouden. Deze arena wordt ook” de kathedraal van het stierengevecht” genoemd.

De plaza de Toros geeft ook onderdak aan het museum van het stierenvechten en een zaal waarin schilderijen worden bewaard die gerelateerd zijn aan het stierenvechten. Het museum toont allerlei objecten die de geschiedenis en de evolutie van het stierenvechten in Spanje documenteert.
Vlak bij de arena is een kapel waar de stierenvechters bidden vooraleer ze de stier bekampen.
De arena biedt plaats aan 13 000 toeschouwers en werd gebouwd in de 18de-19de eeuw.  Alleen het museum is geopend voor het publiek .

Het museum bestond uit kleine lokalen en het was er veel te druk om goede foto’s te maken.

Na de korte rondleiding in de catacomben van de arena mochten we eindelijk de arena zelf zien

Dit is de overdekte loge van de prinsen en koningen gelegen rechtover de poort waar de stierenvechter in de arena komt

Deze foto is mislukt maar ik plaats die toch want dit is de kapel van de stierenvechter waar hij zich bezint vooraleer in de arena te stappen langs de poort op de foto erboven.

Een standbeeld op een pleintje bij de plaza del Toros van een befaamde stierenvechter.

Toen we buiten kwamen was het middag en  zagen we dat we vlakbij de Toro del Oro waren. Deze toren  dateert  van de 12 e eeuw en maakte deel uit van de Moorse stadswallen. De naam Oro kwam door de schepen uit de Amerikaanse koloniën die tijdens de bloeiperiode  van Andalusië hier hun vracht losten. Nu is het een Maritiem Museum.
We zijn dit niet gaan bezoeken ten eerste was het op dat ogenblik snikheet en we waren aan eten en drank toe 🙂 Wel een fotootje gemaakt.